Functionele obstipatie
Conditions
Interventions
Sponsors
Eligibility
Inclusion criteria
Inclusion criteria: 1. Er is sprake van functionele obstipatie volgens de Rome III criteria; 2. Het kind bezoekt de reguliere basisschool en is minimaal 5 jaar en maximaal 12 jaar tijdens de baselinemeting; 3. De ouder(s) tekenen een informed consent; 4. Het kind moet in staat zijn de principes van de behandeling en de gegeven instructies te volgen; 5. Zowel het kind en ouder(s) zijn gemotiveerd om aan de behandeling mee te doen. De ouder(s) spreken en begrijpen beide de Nederlandse taal en zijn in staat het EPD in te vullen en bij te houden. Het kind spreekt en begrijpt Nederlands. De ouder beschikt thuis over een internetverbinding.
Exclusion criteria
Exclusion criteria: 1. Het kind is eerder (bekken)fysiotherapeutisch behandeld i.v.m. functionele obstipatie of mictieklachten; 2. Het kind wordt op het moment van inclusie behandeld door een andere beroepsgroep (zoals continentieverpleegkundige, urotherapeut, pedagogisch medewerker, psycholoog) voor mictie- en/of defecatieklachten; 3. Ernstige motorische achterstand, waardoor het niet mogelijk is zelfstandig naar het toilet te gaan en/of de kleren uit te doen en/of zonder hulp te blijven zitten; 4. Endocriene en metabole stoornissen, zoals hypothyreoïdie, hypercalciëmie, diabetes mellitus en diabetes insipidus; 5. Neurologische en psychiatrische aandoeningen, zoals spina bifida, cerebal palsy, anorexia nervosa; 6. Psychiatrische stoornissen, zoals autisme en PDD-NOS; 7. M. Hirschsprung; 8. Druggeïnduceerde obstipatie; 9. Doorgemaakte chirurgie van maag-darmkanaal m.u.v. appendectomie rol in het ontstaan en voortbestaan van functionele obstipatie.
Design outcomes
Primary
| Measure | Time frame |
|---|---|
| Succes van de behandeling wordt gedefinieerd als de afwezigheid van obstipatie volgens de Rome III criteria in combinatie met minder dan 9 gram macrogol 3350 of 4000 per dag, gedurende de 14 dagen voorafgaand aan de eindmeting (Me-EPD). | — |
Secondary
| Measure | Time frame |
|---|---|
| 1. Oudervragenlijst (BFTk-O-2007): D.m.v. de oudervragenlijst wordt de aanwezigheid van comorbiditeit als mictieklachten (ICCS 2006) en buikpijnklachten (Rome III 2006) gemeten; 2. Andere secundaire uitkomstmaten in deze studie zijn de resultaten van de meetinstrumenten, die op verschillende manieren kwaliteit van leven en het ervaren effect van de behandeling meten: A. Strenghts and Difficulties Questionnaire (SDQ), afkappunt is ’10’ (geen problematiek); B. Globaal ervaren effect: Het globaal ervaren effect (=GPE) is een subjectieve score waarmee eenvoudig de door de ouders ervaren verandering in de klachten in de loop van de behandeling en bij het afronden van het onderzoekstraject kan worden aangegeven. De range is van 1-10, waarbij ‘1’ staat ‘voor heel veel slechter’ en ‘10’ voor ‘klachten zijn voorbij’, waarbij ‘9’ de klachten zijn heel veel beter, waarbij 9 en 10 als succes van de behandeling worden beschouwd; C. Pediatric incontinence Quality of life (voor ouder en kind). De PinQ (een voor de ouders, een voor het kind van 6-15 jaar) zijn valide en (test-hertest) betrouwbare vragenlijsten, die kwaliteit van leven meten bij kinderen met plas- en (urine)incontinentieproblemen. Er is geen afkappunt bekend. Door de resultaten van de subjectieve scorelijst (GPE) te linken aan de scores van de PinQ wordt getracht een voorstel te doen voor een afkappunt. | — |
Contacts
Postbus 616